Sectie Leuce, subsectie Albidea
De Grauwe Abeel. Vaak een wat scheve boom tot 25 meter, Brede ronde kroon met zware takken.
Klonen van de soort hebben op
jonge leeftijd smalle kroon met opgaande taken.
Op jonge leeftijd stam witgrijs glad met ruitvormige putjes, Later onderste gedeelte met
stukken schors. Op oudere leeftijd helemaal met schors bedekt. Blijft lager glad dan P. alba.
Twijgen, blad en bladsteel minder en groener
viltig dan P. alba.
Twijgen, groen en rond. Steel plat, viltig 4 tot 9 cm.
Langlot blad grof getand tot licht gelobd, (3 kleine lobben) 6 tot 14 cm.
Kortlot blad eirond grof getand, 5 tot 8 cm. Blad onderzijde viltig bovenzijde groen. Mannelijke bloemknop kort en dik.
P. canescens wordt verward met P. alba zie verschillen
P. canescens is een kruising tussen P. alba en P. tremula.
Verschillende klonen van deze soort worden gebruikt langs wegen en zijn ook
gebruikt in de bosbouw. Al lang in cultuur.
Maakt veel wortelopslag. De boom wordt door zijn witte stam wel eens verward met een berk.
Areaal: Daar, waar beide ouders (P. alba en P. tremula) voorkomen, West Europa en Klein Azie.
foto: Oude Grauwe Abelen ruim 50 jaar. In de ijzelwinter van 1978/79 zijn van deze bomen zware takken af gebroken, de schade hiervan
is nog te zien.